Nieuws

Het bouwrecord van Jan Schaefer staat nog steeds

9 min

In geouwehoer kun je niet wonen, was de strijdkreet van Jan Schaefer (1940-1994). In een biografie van Louis Hoeks komt de vermaarde staatssecretaris en wethouder volkshuisvesting weer tot leven.

Betaalbaar wonen begint anno 2017 schoorvoetend een thema te worden in de politiek. De prijzen voor koopwoningen rijzen in sommige steden de pan uit, het woningtekort loopt op en de huren zijn hard gestegen.

U kunt dit artikel lezen nadat u bent ingelogd

Heeft u nog geen account, probeer Cobouw dan gratis.

  • Direct toegang tot Cobouw.nl
  • 5 gratis artikelen per maand
  • Dagelijks de Cobouw-nieuwsbrief

Wat zou Jan Schaefer hiervan vinden?

Dat is een vraag die zich opdringt na het lezen van “In geouwehoer kun je niet wonen. Het leven van Jan Schaefer”. Het boek van journalist Louis Hoeks is een schitterend portret en een weergaloze geschiedschrijving.

Schaefer zou zich waarschijnlijk ouderwets kwaad maken over het huidige woningmarktbeleid.

Paleizen voor arbeiders

“Is dit beleid of is er over nagedacht?”, was een gevleugelde Schaefer-uitspraak. Van “krijtstreeptypes” met “abstract gelul” hield hij niet.

Hij vond dat iedereen fatsoenlijk moest kunnen wonen. “Ik wil paleizen voor arbeiders.“ Vooral Amsterdam, zijn Amsterdam ging hem aan het hart.

Kruistocht in spijkerpak

Het boek verhaalt over de opkomst en ondergang van een markant volkshuisvester. Een voormalig bakker die het schopt tot staatssecretaris en een “kruistocht in spijkerpak” voerde. Met jongensachtige bravoure stormde hij de politiek in. Rijdend in zijn rode Citroën CX nam hij poolshoogte in het land. Later zou hij geïsoleerd raken en verbitterd afhaken. Na zijn vroege dood werd hij heilig verklaard.

In ziedend tempo had hij als wethouder eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van het verwaarloosde Amsterdam een aantrekkelijke woonstad gemaakt. Werd er te veel gepraat en te weinig gedaan? “Afconcluderen!”

Geparfumeerde drollen

Later werden hem ook andere kwaliteiten toegedicht. Schaefer had de “veenbrand” die woedde onder het volk opgemerkt, lang voordat Pim Fortuyn en Geert Wilders er een vergrootglas op hadden gericht. De politiek moest volgens hem beter luisteren naar de gewone man in de straat. De elite? “Geparfumeerde drollen”.

Schaefer wachtte een grote opgave toen hij eind jaren zeventig wethouder woningzaken en stadsvernieuwing in Amsterdam werd. De stad was leeggelopen. Amsterdammers verhuisden massaal naar steden als Purmerend, Lelystad en Almere.

Verloederde en vuile stad

De hoofdstad lag er verloederd en vuil bij. De oude volkswijken stonden vol verouderde panden, rijp voor de sloop. Gebouwd werd er nagenoeg niet. Tussen 1970 en 1978 werden jaarlijks niet meer dan 700 woningen opgeleverd.

Er moest iets gebeuren. Maar hoe?

Laat Den Haag zich er niet mee bemoeien, vond Schaefer. De volkshuisvesting werd tot dan toe in detail door het ministerie bepaald. Tot het aantal arbeiders, bakstenen en verwarmingen aan toe.

Huizen als koeiendrek

Het resultaat, de naoorlogse uitbreidingswijken, was monotonie. “Woningen als koeiendrek over het land heen.” De doorzonwoningen en flats leken sprekend op elkaar. ”Ik kan overal geblinddoekt koffiezetten”, treiterde Schaefer.

De PvdA-politicus, die zich voor zijn verkiezing door een vriend uit de reclamewereld liet adviseren om campagneleuzen (“Jan Schaefer komt” en “In geouwehoer kun je niet wonen”) in de hoofdstad op te hangen, had een beter plan.

Hij wilde Amsterdam “geleidelijk en voortdurend aanpassen aan de veranderende behoeften van de bewoners. Verspreide operaties op kleine schaal. Een grootschalige aanpak past niet op de praktijk.”

Still uit Profiel Jan Schaefer - Maud Keus

Still uit Profiel Jan Schaefer - Maud Keus
Still uit Profiel Jan Schaefer - Maud Keus

Hoge dichtheid is geen misdaad

In 1980 vatte Schaefer het nog eens samen: “De tijd ligt vlak achter ons dat de stad werd verworpen als woonplaats voor de grote massa van de bevolking: dat hoge dichtheden, menging van wonen en werken en een stedelijk ordeningsprincipe van straten, pleinen en gesloten bouwblokken misdaden tegen de menselijkheid waren.”

Amsterdam was gewoon “een kluitje huizen met een kluitje mensen”, vond hij.

Dus niet met bulldozers hele wijken platgooien, maar blok voor blok vernieuwen. Als een slinger door de buurt. Soms moesten particulieren worden uitgekocht. De wethouder had zijn methoden om dat te bespoedigen. “Zeg tegen de sloper dat de sloopbal een beetje uitschiet.”

Fietsend op zoek naar gaten in de stad

De slinger ging door de hele stad. Schaefers architectonische pronkstuk was de transformatie van de pakhuizen van het Entrepotdok. Bouwbedrijf M.J. de Nijs mocht er woningen van maken. Het bedrijf uit Warmenhuizen deed onder Schaefer ook de Silodam en vele andere projecten.

Maar stadsvernieuwing was voor Amsterdam niet genoeg. Nieuwbouw was ook nodig. Frans van de Ven, assistent van Schaefer, crosste op zijn fiets door de stad op zoek naar open gaten. 1200 vond hij er. Genoeg voor 20.000 tot 25.000 woningen.

Haast en zuinigheid had nadelen

Toch duurde het lang voordat de woningrevolutie van Schaefer resultaat opleverde. In 1978 en 1979 werden er meer woningen gesloopt dan dat er bijgebouwd werden. Een jaar na zijn aantreden als wethouder stond de teller op een povere 245 nieuwe huizen.

Om nieuwbouw te bespoedigen bedacht Schaefer begin jaren tachtig dat pensioenfondsen en verzekeraars geld in nieuwe huurwoningen zouden kunnen steken.

Het plan had heel wat voeten in de aarde, maar met de pensioenen van ambtenarenpensioenfonds ABP zouden er uiteindelijk ruim vijfduizend woningen worden gebouwd in de Venserpolder. Nadeel van de bouwdrift was echter dat in de aangrenzende Bijlmer duizenden woningen leeg kwamen te staan.

Bovendien liet Schaefer in zijn haast en zuinigheid, schrijft Hoeks, soms woningen bouwen die kwalitatief tekort schoten.

Record van 10.580 woningen in aanbouw

Aan het eind van zijn wethouderschap kon de wethouder desondanks indrukwekkende cijfers overleggen: 50.000 woningen waren verbeterd en 39.000 nieuwe huizen opgeleverd. De stad was met een revival bezig. Na jaren van krimp begon de bevolking in 1985 weer te groeien. “Je moet de schwung erin houden”, keek Schaefer trots terug.

Het record van 10.580 in aanbouw genomen woningen uit 1982 staat 35 jaar later nog steeds.

De verdienste van Schaefer? Niet helemaal. Veel gemeenten zaten in de jaren zeventig opgescheept met duur aangekochte grond, schrijft Hoeks. Wethouders Financiën en de gemeentelijke grondbedrijven hadden er alle belang bij woningbouw te ontwikkelen in de stad zelf.

Amsterdamse bouwvakkers

Ook stadsvernieuwing was geen uitvinding van Schaefer. Voorganger Floor Wibaut ruimde voor de Tweede Wereldoorlog al krotten op om arbeiders fatsoenlijk te huisvesten. En discussies over kleinschaligheid dateren uit de jaren zestig.

Maar in andere opzichten was hij zijn tijd vooruit. Hij pleitte voor inkomensafhankelijke huren - die kwamen pas dertig jaar later. Hij bedacht een clausule om aannemers te verplichten in de hoofdstad een bepaald percentage Amsterdamse bouwvakkers aan het werk te zetten. En hij hechtte aan inspraak voor bewoners.

Schaefer, de verlosser

Schaefer legde een fundament voor de wederopstanding van de hoofdstad. Verloederde wijken als de Jordaan, de Staatsliedenbuurt en de Pijp behoren inmiddels allemaal tot de meest gewilde gebieden van Amsterdam.

De messias van de volkshuisvesting? Dat wilde hij niet horen. “Schaefer, de verlosser, schei uit.”

Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, die met Schaefer samenwerkte, verwoordt het zo: “Jan Schaefer heeft Amsterdam weer zelfvertrouwen gegeven.”

Zo is het. En Louis Hoeks heeft een lezenswaardig monument voor hem gemaakt.

Reacties

Te weinig allure, te veel verkeer en een ondermaatse verblijfskwaliteit: het Stationsplein bij station Hollands Spoor voldoet volgens de gemeente...

Ben jij tevreden over de hoogte van je salaris? Denk je aan overstappen en zo ja, bij welk bouwbedrijf zou je dan graag aan de slag gaan? En kun...

Dubbelleven

2 min

Slaapgebrek, sloten koffie en piekbelasting. Ze kenmerken de dagen van intensieve brainstorm, knopen hakken en presentabel maken in het...

column

Een groep van negentig hoogleraren vindt dat een nieuw kabinet 200 miljard moet investeren in een groene infrastructuur. In een...